Kleurintensiteit en -kwaliteit plasma of lcd
Wat betreft kleurenweergave en -nauwkeurigheid scoort plasma-tv nog steeds iets beter tegenover lcd. Bij een plasmascherm bestaat elk beeldpunt (of pixel) uit drie aparte subcellen, elk met verschillend gekleurde luminoforen – rood, groen en blauw. Deze kleuren worden gemengd om de uiteindelijke kleur van het beeldpunt te creëren, en worden gestuurd door de hoeveelheid stroom die erdoorheen gaat. Dit betekent dat plasmaschermen miljarden verschillende combinaties van rood, groen en blauw kunnen weergeven en zodoende een enorme kleurenpallet bieden.
En meer kleuren betekent meer natuurgetrouwe kleuren en beelden.
Bij lcd-schermen worden kleuren in feite geproduceerd door kleuren ‘weg te nemen’ van zuiver wit en dit door manipulatie van de lichtgolven afkomstig van een constant achtergrondlicht. Hierdoor is het voor een lcd-scherm moeilijker om een constante helderheid en waarheidsgetrouwe tinten te produceren, wat meer bepaald tot problemen leidt met overheersende groene en rode tinten en een algemene ‘kleurtemperatuur’ die te hoog is om beeldmateriaal ideaal weer te geven.
Plasma
 |
Lcd
 |
Wat betreft de kleuracuraatheid in de heldere gebieden kunnen zowel plasma als lcd zich meten met elkaar. Echter de kleuren in de donkere gebieden laten bij lcd-tv vaak te wensen over, terwijl plasma daar zeer sterk scoort.